Ruud Lubbers maakt het karwei af

Nog eenmaal mocht hij het kunstje vertonen. Nog eenmaal werd Ruud Lubbers van stal gehaald om het onmogelijke mogelijk te maken. Rosenthal en Wallage waren al vastgelopen, nu moest de oude Vos van Staat de boel zien vlot te trekken met zijn spreekwoordelijke Lubberiaanse smeerolie. Met zichtbaar genoegen begon de éminence grise aan zijn karwei. Hij zou Nederland wel eens laten zien dat hij het spel nog niet verleerd was. Hij legde zijn oor te luister bij de relevante fractievoorzitters en verdraaid, hij had al meteen beet. Job Cohen was zo vriendelijk om hem de weg te wijzen: links was er niet uit gekomen, nu was rechts aan zet. Oei, dat moest hij dan wel even verantwoorden tegenover zijn geweten. Moest hij als voorvechter van het multiculturalisme in Nederland nu meehelpen om de PVV in het zadel te helpen? Kon hij dat straks wel uitleggen aan zijn Ria? Maar dan zie je weer waar zo’n Jezuïtenopleiding goed voor is: een stemmetje fluisterde hem in dat zo’n rechts kabinet er nooit zou komen. Haha onmogelijk. Niemand wilde met de PVV. Dus kon hij rustig gaan informeren en daarna zou hij Job wel omlullen naar een nationaal kabinet van VVD, PVDA en CDA. Met zijn Lubberiaanse smeerolie moest dat lukken en dan kon hij straks op een dankbare zoen van Beatrix rekenen.

Het liep anders, zoals we allemaal weten. Rechts bleek te blij om een kans te krijgen en met het Deense model van gedoogsteun werd Verhagen over de streep getrokken. Er kon nu echt onderhandeld worden. Tegen alle verwachtingen en bedoelingen van Ruud Lubbers in. Tsja. Wat nu?
De ex-informateur, die het stokje had overgedragen aan Ivo Opstelten, begon zich erg ongemakkelijk te voelen toen steeds meer CDA’ers van naam en faam zich tegen een coalitie met de PVV begonnen uit te spreken. Vooral ook omdat die dekselse Wilders maar halsstarrig bleef vasthouden aan zijn voornemen om tegen de ‘Ground Zero moskee’ te betogen. Steeds vaker werd Ruud door zijn old boys network gebeld met de vraag of hij wel goed bij zijn hoofd was geweest om het op een coalitie met de PVV aan te sturen.

Op een bepaald moment was de maat vol. Hij moest iets doen om zijn reputatie als groot staatsman niet verder in gevaar te brengen. Er moest een vijfde colonne in stelling worden gebracht. Na een doorwaakte nacht wist hij het ineens: ik ga het karwei afmaken! Dat was immers vroeger zijn leuze geweest en dat had altijd uitstekend gewerkt. Het karwei was de informatie die tot rechtse onderhandelingen had geleid. En die ging hij nu weer om zeep helpen. Afmaken dus. Het karwei afmaken.
Hoe zouden de Jezuïten vroeger op school zo’n klusje klaren? Aha natuurlijk, met een paar goed geformuleerde brieven die zijn bezorgdheid uitdrukten, maar die zijn informatieresultaat desondanks heel lieten. Intelligent schipperen met voortschrijdend inzicht en zinsneden als ‘Ja, mits’ en ‘Nee, tenzij’. Pfffff op het nippertje.
Misschien kreeg hij straks toch nog die zoen van Beatrix.

Tagged with:
 

Grijze golf heeft de beste grijze massa

Niet voor niets zitten mensen van 50 jaar en ouder op hoge posten in zowel het bedrijfsleven als de politiek, blijkt nu. Werd er tot voor kort nog vanuit gegaan dat je domweg tijd nodig had om op te klimmen, te netwerken en flink met de ellebogen tekeer te gaan, nu blijkt dat het brein van de 50-plusser ook beter functioneert. Het analyseert sneller, associeert en combineert doeltreffender en is daardoor meer oplossingsgericht. Dit is althans de uitkomst van een aantal studies, die staan beschreven in het boek ‘Secret Life Of The Grown-up Brain’ van de Amerikaanse wetenschapsauteur Barbara Strauch.

De belangrijkste studie waarop Strauch haar conclusies baseert is de Seattle Longitudinal Study. Deze studie die vanaf 1956 een cohort van 6000 proefpersonen volgt, richt zich op de verandering van cognitieve vaardigheden bij het ouder worden. Of om het simpel te zeggen: hoe verandert ons denkvermogen naarmate de leeftijd vordert. Om de zeven jaar worden de proefpersonen uitgebreid getest met nauwkeurige verslaglegging. Bij aanvang gingen neurowetenschappers er van uit dat we op weg naar het levenseinde miljoenen hersencellen – tot zo’n 30% van onze hersencapaciteit – verliezen. Voortschrijdende vergeetachtigheid en trager denken zouden hiervan het gevolg zijn. Maar de studie-uitkomsten lieten een heel ander beeld zien. Mensen tussen de 40 en 60 blijken op de top van hun denkvermogen te zitten. Zij scoren beter dan jongeren op het gebied van vocabulair, ruimtelijke oriëntatie, verbaal geheugen en probleemoplossing. In de praktijk betekent dit dat oudere mensen betere beslissingen kunnen nemen.

Hoe zit dat dan fysiologisch, dat vijftigers qua denkvermogen zo goed scoren? Een aantal recente studies komt met antwoorden. Aangetoond is bijvoorbeeld dat we in tegenstelling tot de heersende opvatting nauwelijks hersencellen verliezen en zelfs tot op middelbare leeftijd nieuwe cellen aanmaken. Verder gebruiken we naarmate we ouder worden steeds meer allebei de hersenhelften, terwijl jongeren voor hun geheugen alleen de rechter frontaalkwab gebruiken. Ook wordt er later plaatselijk meer myeline aangemaakt, dat is de isolatiestof rond de hersencellen. Deze myelinetoename (= snellere signaalgeleiding) vindt vooral plaats op locaties die te maken hebben met emotiebeheersing, risicoafweging, besluitvorming en taal. Tenslotte zijn oudere hersenen minder ontvankelijk voor dopamine-uitschieters, die impulsiviteit in de hand werken. Dit alles is nog maar een begin tot onderbouwing van het proefondervindelijk gevonden effectievere denkvermogen van de middelbare mens.

Doen jongeren het dan op álle fronten slechter? Nee, hun reken- en reactiesnelheid zijn beter. En ook hun korte termijngeheugen wint het.
Maar voor het overige moeten ze misschien eens met andere ogen naar de grijze golf kijken.

Tagged with:
 

Lekker tennis kijken.

Het valt in een volgepropt land als Nederland niet mee om mensen te ontlopen, terwijl iemand als ik daar juist veel behoefte aan kan hebben. Even geen praatjes over het weer. Even geen goed bedoelde aandacht voor mijn krakkemikkige knieën. Even geen jankverhalen over andermans huwelijk of tegenspoed. Even geen gaapopwekkende vakantiebelevenissen. Even geen nieuwsgierige gezichten met slechte adem in mijn private halvemeterzone. Even helemaal niets. Kop houden en doorlopen.

Natuurlijk, je kan op een gure regendag het bos in lopen of op een warme zomerdag naar de sauna gaan: grote kans dat je daar niemand tegenkomt. Maar zo bedoel ik het niet. Nee, het moet mogelijk zijn om binnen ons sociale gedoe ongestoord individualisme voor je zelf op te eisen. Individualisme dat niet meteen veroordeeld wordt als onsociaal gedrag. Ach dat kan heus wel, zult u misschien zeggen, maar dan moet je dat gewoon duidelijk kenbaar maken. Gewoon zeggen: ‘laat me maar, ik wil even op mezelf zijn.’ Maar wie verder denkt weet dat het in de praktijk zo niet werkt. Ik zal een voorbeeld geven.

Op onze tennisclub wordt hoog gespeeld en dat betekent dat er van tijd tot tijd fantastische wedstrijden te zien zijn. Ik tennis zelf graag, maar vind het minstens zo leuk om met een biertje in de hand topspelers in actie te zien. Wat wil je nou meer dan pal voor je neus getrakteerd worden op een flitsende herendubbel. Maar als ik het park op loop, schitteren de witte wijn glazen me al tegemoet. Overal staan of zitten groepjes clubleden te praten, soms over-the-top uitgedost om er vooral bij te horen. Menige Gooische Vrouw heeft er een decolleté tegenaan gegooid, waar niemand – ook zo’n herendubbel niet – omheen kan. Zien en gezien worden, daar gaat het in wezen om. Maar sorry lieve mensen, ik kom alleen maar voor de potten.

Dus iedere keer weer moet ik mij een weg zien te banen door het partyende volk, zonder in een alcoholfuik te belanden. ‘Hé Thomas ouwe rukker, ik heb net bier gehaald, neem jij die van mij maar.’ In de verte zie ik op het centercourt het wit van de spelers flitsen en alles was ik wil is dáár zijn. En wel zo vlug mogelijk. Dus sla ik beleefd maar vastberaden af en vervolg mijn weg, maarrrr ojee. ‘Wil je me soms niet meer kennen?’ Of: ‘Groeten we tegenwoordig niet meer?’, om vervolgens vuurrode lipstick van je wang te moeten vegen. Maar met een schuchter lachje hier en een knikje of knipoogje daar raak ik dan uiteindelijk toch waar ik wezen wil. En waar een tennisclub voor opgericht is.

Bijna alle kijkers zitten aan één kant van het centercourt, namelijk de kant die het dichtst bij de bar is. Ik kies per definitie altijd voor de overkant, waar je ’s middags bovendien nog lekker in de zon zit. Ik moet er dan wel een plastic stoel en een glas bier naar toe slepen, maar dat heb ik graag over voor die twee uurtjes ongestoord genieten. In het begin van mijn solovlucht naar de overkant kwam er nog wel eens iemand bij me zitten, maar toen ik alleen maar enthousiast bleek te kunnen reageren op mooie ballen waren ze gauw weer vertrokken. Inmiddels lijkt men te hebben begrepen dat die zonderlinge Thomas alleen wil zijn. Door sommigen wordt me dit onttrekken aan de groepslol niet in dank afgenomen, maar sorry lieve partygangers, het is niet anders. Ik wil geen mooi tennis missen omdat jullie zo nodig je Gooisch Gezeik kwijt moeten.

Tagged with:
 

Tietenfotograaf gaat de kerkers in

Een bericht op SpitsNieuws van donderdag 5 augustus: ‘Meisjes tonen borsten langs weg’. Op zich een bericht dat meteen de fantasie prikkelt, want welke rechtgeaarde heteroman zou die meisjes niet graag eens tegenkomen op z’n 962e suffige autorit naar Bunnik? Meteen doemt een associatie op met de jolige Tiroler softsex films van vroeger. Zag je een liftster in lederhose die met ontbloot bovenlijf de aandacht van hongerige huisvaders trachtte te trekken. Het verhaal, herinner ik me nog, kreeg een vermakelijke wending toen een kerel stopte en het portierraam aan de passagierskant elektrisch opende om te vragen waar ze naartoe wilde. Toen het meisje haar hoofd naar binnen stak draaide hij het raampje snel weer dicht, waardoor het arme kind bij de hals klem kwam te zitten. Enfin, het vervolg laat zich raden: de man stapte rustig uit om zijn spartelende prooi van achteren te berijden.

Maar het kan nog veel krankzinniger, blijkt uit het berichtje op SpitsNieuws. Want ook voor de Amerikaanse tit flashers stopte een automobilist en die pakte meteen zijn mobiel. Niet om de politie te bellen, maar om een fotootje te maken. De politie kwam namelijk vanzelf al om de meiden in te rekenen en om, nu komt het, de fotograferende automobilist te arresteren voor het bezit van kinderporno. Yep sir! En volgens SpitsNieuws kan je daar in de States zomaar vijf jaar voor krijgen.

In wat voor een kafkaiaanse situatie kan je terecht komen? Je ziet meiden met blote tieten langs de weg, gelooft je ogen niet, weet zéker dat je vrienden je ook niet zullen geloven, maakt dus een foto als bewijs, en moet vervolgens onder vijf jaar opsluiting zien uit te komen. Met dure advocatenkosten en al. En die cops daar zijn niet zo mals als onze diendertjes hier. Die bladeren meteen terug in je mobiel om te kijken of er nog meer oneerbaars opgeslagen zit. En ja hoor: dat prairie-shot met die paarden. Een van de hengsten heeft een uithanger van jewelste. Waar dan? O daar. Nee, meneer moet zich niet van de domme houden, er komt nog een aanklacht wegens dierenporno bovenop. Zo! Meneer is gewoon een viezerik, want kijk zijn gulp staat ook nog open. Waar dan? O dat ene knoopje.

Rest de vraag: hoe zou het met de twee meiden aflopen? Wat staat er voor straf op het flashen van zoogorganen? En hoe zouden de dames door de hitsige macho’s op het bureau worden behandeld? Maar dat blijft natuurlijk onder de pet.

 

Zomergast Jan Marijnissen

Zijn er maar drie uurtjes voor nodig om mij als overtuigd liberaal om te turnen naar SP-klant? Ik was er even bang voor na de uitzending van Zomergasten met Jan Marijnissen. Tot zondagavond 25 juli had ik de SP-voorzitter altijd geplaatst in dezelfde categorie als bijvoorbeeld Joop van den Ende: op het eerste gezicht gemoedelijk en joviaal, maarrrr kijk uit!
Ik begon dan ook met een pantser van vooringenomenheid naar de uitzending te kijken, eigenlijk al met de zapper in de hand. Effe kijken hoe Jelle Brandt Corstius het deed en of hij als 32-jarige journalist opgewassen was tegen de sluwe Brabantse vos. En dan na tien minuten overschakelen op Robin Hood, Prince of Thieves.

Maar het liep anders. Al na een paar minuten werd ik meegevoerd in de processie van Jan’s leven en Jan’s passies. Geen houden meer aan. Willoos ging ik met hem mee terug naar zijn Roomse jeugd in het gemoedelijke Brabant van toen. En zonder enig paaps referentiekader dompelde ik mij onder in zijn biechtbeschrijvingen, zijn rol in zijn vaders begrafenis, zijn enthousiasme over de boeken en films van pastoor Don Camillo. Hier was het prototype van de afvallige katholiek aan het woord. Op z’n achttiende afstand gedaan van het geloof, maar nooit van de wierookgeur.
Aanvankelijk aarzelend, maar al gauw met volle instemming, deelde ik zijn verontwaardiging over de arrogantie van koning Boudewijn, die tijdens de onafhankelijkheidsverklaring van Belgisch Congo uitsluitend de loftrompet over België blies. En ik wreef me in de handen toen daarna de nieuwe president Kasavubu een speech hield over de massamoorden en andere misdaden, die het Belgische koloniale bewind om zijn geweten had. En evenzeer verkneukelde ik mij over de publieke afgang van ‘Mister Neo Liberalism’ Alan Greenspan. Zijn gestamelde verdediging van de bancaire bonuscultuur vond ik ineens tenenkrommend. Jan Marijnissen had mij betoverd. Ik keek door zijn ogen en mijn wereldbeeld was compleet aan het kantelen. Zelfs ijskonijn Brandt Corstius leek geraakt te zijn door zijn bevlogen gast. Van zijn pogingen tot journalistiek tegengas bleef steeds minder over.

Later in bed probeerde ik me voor te stellen wat er zou gebeuren als deze gezellige, integer ogende Brabander bij ons zou aanbellen om ons een stofzuiger te verkopen. Als volslagen onbekende. ‘Goedenavond, mijn naam is Marijnissen en ik zal u eens laten zien waarom ze daar in het Vaticaan zo stokoud worden. Mag ik effe binnenkomen?’ Binnen de kortste keren zou hij op z’n anekdotische praatstoel zitten en vertellen hoe onverbiddelijk zijn stofzuiger korte metten maakt met alle schadelijke bedmijten en andere ziektekiemen in de pauselijke slaapvertrekken. Met die betrouwbare ronde kop en pretoogjes maakte het niet meer uit wat hij zei, we zouden hem op zijn woord geloven.
De volgende dag gingen we de aangeschafte stofzuiger uitproberen enne… Of ie ’t deed weet ik eigenlijk niet meer, want toen sliep ik al.

 

De oranje wanhoop van De Telegraaf

Als één dagblad duidelijk maakt dat de papieren krant in ernstige problemen verkeert dan is het De Telegraaf wel. Op de dag van de wedstrijd tegen Uruguay is de complete voorpagina gewijd aan Oranje. Niks geen Paars-plus vorderingen, niks geen berichtgeving over het doorlaten van consumptiegoederen naar Gaza, maar wel een knotsgrote Dirk Kuyt die als een randdebiel met een kort lontje in z’n kont de pagina afstormt. Met teksten als “DE MOUWEN OPSTROPEN!” en “Bij winst tegen ‘knokploeg’ staan we zondag in de finale” druipt de wanhoop eraf. Niet zo zeer de wanhoop over onze kansen tegen de voormalige tweevoudig wereldkampioen, als wel de wanhoop om als dagblad nog verkocht te worden.

Emotie, emotie, emotie, je hoort het Sjuul Paradijs al roepen. Bij een voorpagina moet de emotie van het papier af knallen. Als dat met een treinongeluk of onderwereldafrekening kan: prima. Dan hebben we én nieuws én emotie. Maar als het nieuws zich even minder leent tot vet spetteren, dan maar geen nieuws. Dan maar een zielig dier of voetbalgekte op pagina 1. Want laten we wel wezen: wat voor nieuws schuilt er in het feit dat Oranje zich opmaakt voor de halve finale tegen Uruguay? Ik denk dat dit ‘nieuws’ het meest bekende sportfeit van dit moment is. Dus keert De Telegraaf zich binnenste buiten om deze uitgekauwde gebeurtenis tot super hooligan proporties te vulgariseren. Veel oranje agressie, een bloedrood uitroepteken van 10 bij 2 cm en een chaotische opmaak die oorlog voorspelt. Een krant die smeekt: ‘Koop me, alsjeblieft koop me! Ik heb zo mijn best gedaan om mee te gaan in jullie gekte.’ Is dat de krant die pretendeert het nieuws voor ons op de voet te volgen?

Slaan we de eerste pagina om, dan blijft het nieuws op pagina 3 opnieuw steken in randverschijnselen. Bij een kop over de risico’s die de VVD neemt met de formatie van Paars-plus, staan alleen maar zoetsappige foto’s van roze prinsesjes die tegen ballen trappen. Met journalistieke ‘komkommertijd’ heeft dit alles niets te maken, want wie De Telegraaf volgt weet dat deze hyperige benadering structureel is. En steeds erger lijkt te worden. Van nieuwsblad naar boulevardblad, kennelijk is dit de enige weg om in papieren vorm nog een tijdje te overleven. Is dit steeds wanhopiger zoeken naar ultieme, snel te consumeren prikkels exponentieel voor deze ‘communication surround’ tijd? Als dat zo is, dan word ik oud en ga ik voor het eerst zeuren over vroegâh toen we een beetje ons best moesten doen om uit de saaïgheid het nieuws te filteren.

Tagged with:
 

In het door de PVV aangevraagde politieke debat van dinsdag 29 juni gaf Wilders tot tweemaal toe luid en duidelijk te kennen niet enkel met Rutte aan tafel te willen. Verhagen moest ook aanschuiven, anders had praten geen zin. Met dit hardnekkig vasthouden aan zijn eerder ingenomen standpunt moet Wilders zijn kiezers teleurgesteld hebben, dat kan niet anders. De bijna anderhalf miljoen Nederlanders die op hem hebben gestemd zagen het SP-debakel van de vorige verkiezingen weer levensgroot opdoemen: procentueel winnen maar niet meeregeren. In het café waren deze geluiden hoorbaar: ‘Tja als ie zó begint kunnen we nooit wat veranderen in Nederland. Laat ie toch beginnen met Rutte, dan komt Verhagen vanzelf wel over de brug.’

De werkelijkheid ligt natuurlijk een stuk ingewikkelder. Geert Wilders is geslepen genoeg om te weten, dat praten met het CDA erbij zijn énige – zij het piepkleine – kans is om in een coalitie te worden opgenomen. Want door aan te schuiven zou het CDA sowieso al aangeven dat de PVV-standpunten onderhandelbaar zijn; dat in de eerste plaats. Vervolgens zit je vele uren bij elkaar, waarbij je alle verbale en non-verbale overredingstechnieken in de strijd kunt werpen. In de praktijk werkt het bovendien vaak zo, dat in een driegesprek een van de drie zich beurtelings een bemiddelaarsrol toebedeelt. Met andere woorden: als bijvoorbeeld tussen de PVV en het CDA een schijnbaar onoverbrugbare kloof over immigratiemaatregelen dreigt te ontstaan, kan de VVD bij monde van Rutte voorstellen dat Wilders zijn verbod op boerka’s en de koran en de kopvoddentax plus de 100% immigratiestop uit islamitische landen laat vallen, als het CDA en de VDD de 10.000 extra zorgmedewerkers van de PVV accepteren. Naarmate men langer bij elkaar zit en zelfs maar geringe vorderingen maakt, groeit de wil om er samen uit te komen. Zonder al te veel gezichtsverlies kan Wilders dan hebben meegewerkt aan de totstandkoming van een coalitie, waarin nog vrij weinig van zijn verkiezingsbeloften is terug te vinden. Hij heeft dan immers zijn regeringsverantwoordelijkheid niet ontlopen en de PVV in de ‘driver’s seat’ geholpen.

Gaat Geert Wilders daarentegen eerst alleen met Mark Rutte in onderhandeling, dan zal hij zijn troeven alvast moeten uitspelen voordat hij weet hoeveel water het CDA bereid is bij de wijn te doen. Zelfs als er al een ruw draagvlak wordt gevonden voor een coalitie waarin VVD en PVV plaats zouden nemen, zal het CDA dit makkelijk op punten kunnen afschieten aangezien de uitkomst per definitie te seculier-rechts zal zijn. De cruciale, wisselende bemiddelingsrol van de derde partij aan tafel, vanaf de start van de onderhandelingen, is een absolute voorwaarde voor een piepkleine kans op succes.
Geert Wilders is echt geen dom blondje.

Tagged with:
 

Schoolvoorbeeld van regeren.

Als je er vroeger in de klas niet samen uit kon komen hoe de laatste dag voor de grote vakantie doorgebracht moest worden, besliste de meester. Zo simpel was het. ‘Jongens’ zei hij dan, want meisjes werden ook zo aangesproken, ‘wie willen er naar de Efteling? En wie willen naar het Openlucht Museum? En wie naar het Ouwehands Dierenpark? Vingers opsteken!’ Als er vervolgens geen duidelijke uitkomst was en veel onderling gekibbel, hakte hij de knoop door met: ‘We gaan naar het Planetarium.’ En niemand klaagde meer, want niemand had verloren.

Was iets van die prettige eenvoud maar te transponeren naar het gedoe rond de verkiezingsuitslag met de daaruit voortvloeiende ‘onmogelijke’ kabinetsformatie. Een rechts kabinet is niet te formeren omdat Verhagen lekker-puh zegt. Een Paars-plus kabinet lijkt onmogelijk omdat Rutte niet door links omsingeld wil worden. En een centrumkabinet strandt omdat Cohen zijn politieke beloftes dan niet zou kunnen waarmaken.
Waar is de meester die deze ego’tjes op het politieke schoolplein even bij de oren pakt en zegt: ‘Als jullie er onderling niet uitkomen, dan beslis ik. Want de school moet door en dit gekissebis kunnen we niet hebben!’

Doorredenerend op dit model zou je aan de benoeming van bijvoorbeeld drie wijze mannen cq vrouwen kunnen denken, die gezamenlijk een ministersploeg formeren. Dit wijze driemanschap zou kunnen bestaan uit Ministers van Staat, zoals Wim Kok, Hans van den Broek of Ruud Lubbers. Maar ook prominenten als Neelie Kroes of Hans Wiegel zouden zitting kunnen nemen. Eén van VVD-huize, één CDA’er en één PVA-coryfee zou het eerlijkst zijn. De koningin zou de keuze kunnen maken.

Vervolgens stelt dit driemanschap een evenwichtige ministersploeg samen, bestaande uit mensen die zich luid en duidelijk committeren aan het landsbelang boven enig partijbelang. De minister-president zou tenslotte in een anonieme stemming onder de ministers en de drie wijze mannen gekozen kunnen worden, waarbij de wijze mannen zelf niet verkiesbaar zijn. Bij voorkeur zullen de ministers uitstekende managers met visie zijn, zonder een opvallende politieke kleur. Niet zozeer een zakenkabinet als wel een spijkers-met-koppen-kabinet. Uiteraard blijft de Tweede Kamer haar controlerende en andere taken gewetensvol uitoefenen.

Laat zo’n kabinet maar eens vier jaar lang de kolen uit het vuur halen. Binnen twee maanden kan het er zijn. Een schoolvoorbeeld van regeren zou het kunnen worden.

 

Jorritsma en de serieaanrander

Annemarie Jorritsma heeft zelf de proef op de som genomen en weet het nu zeker: De Aanrander van Almere bestaat niet. Het zijn gewoon flauwe verhaaltjes om haar mooie gemeente in een kwaad daglicht te zetten.
‘Er zijn steden waar dit soort incidenten veel vaker voorkomt en waar het niet eens meer in het nieuws komt’ verklaarde de burgemeester vrijdag in dagblad Almere.

Donderdagavond had Annemarie een sexy zomerjurkje aangetrokken met uitbundige bloemenprint, onweerstaanbaar voor bronstige bijen op zoek naar honing. Opnieuw genoot ze van haar maatje 40 waar ze sinds jaren weer in paste. Op het laatste moment had ze ook nog een andere beha aangetrokken, eentje die de boel wulps omhoog stuwde zodat haar blanke decolleté niet te versmaden kon zijn. Ze had haar tanden gepoetst, haar bril opgewreven en met haar handen haar piekerige kapsel wat gemodelleerd. Tja, eigenlijk iets te veel henna sinds het laatste kappersbezoek maar vooruit, het had ook wel weer iets frivools.
Een royaal vleugje Knowing moest de rest doen.

Nadat ze nog eens goed naar de compositietekening van de serieaanrander had gekeken (mmmmmm eigenlijk best wel een lekker ding, met die donkere ogen en die sproetjes…), was Annemarie op de fiets gestapt en nachtelijk Almere tegemoet gereden. Terwijl de avondwind door haar haren speelde voelde de burgemeester een vreemd soort sensatie door haar lijf gaan. Zo moest het dus voelen als je onweerstaanbaar voor serieaanranders bent. Hoe hadden die andere zeven vrouwen eruit gezien toen ze hun misbruik tegemoet fietsten? Nou ja, misbruik… Altijd meteen van die grote woorden. Wat had die jongen van hooguit 25 nu helemaal gedaan? Een beetje aan de borsten zitten (ze duwde haar meiden nog eens extra omhoog) en van de fiets af proberen te trekken (dat onstuimige van zo’n jonge knul kon best opwindend zijn), en daar hield het eigenlijk wel mee op. Ze was zo vol van haar stoute gedachten dat ze niet eens in de gaten had dat ze rakelings door een scooter gepasseerd werd. En ja hoor, de scooter hield in. Annemarie’s hart bonsde bijna uit haar borst. Zou De Aanrander Op De Scooter het zijn? Nu was het zaak om een beetje angstig te kijken, want daar hielden aanranders van. Je moest een bang konijntje lijken, gevangen in de stroperslamp van de genotzoeker. Expres maakte Annemarie een paar hulpeloze slingerbeweginkjes met haar fiets. Ja schat, ik ben je prooi, sla maar toe, dacht ze verhit.

Maar de scooter trok op en reed door. Pffff, daar was geen fietsen tegen, binnen de kortste keren was de jonge knul uit het zicht verdwenen. Nadat de burgemeester nog een uurlang verlaten wegen en bosrijke wijken had doorkruist gaf ze het op. Geen verdachte scooters meer te bekennen, geen hunks met sproetjes, niets van dat al. Thuis gekomen schopte ze haar bloemetjesjurk uit, verloste zich van de knellende beha, schonk zich een glas whisky in en mailde naar de gemeentelijke persvoorlichter: “We moeten die zwaar overtrokken zaak van de zogenaamde serieaanrander maar eens uit de media zien te krijgen. Uit niets blijkt namelijk dat….” Zo! Ze moesten niet denken dat ze haar mooie gemeente konden bezoedelen.
Ze had haar reputatie van daadkrachtige bestuurder weer eens waargemaakt!

Tagged with:
 

Een avondje verkiezingen

Nederland had gekozen op 9 juni en een avondvullende live voorstelling van Goede Tijden Slechte Tijden volgde. Alle sentimenten die het leven kent kwamen uitvergroot op TV voorbij: hoop, angst, euforie, teleurstelling, misgunning, boosheid, trots (maar niet op Nederland), narcisme, blijdschap, berekening en gelatenheid.

Balkenende rook z’n ende naarmate de avond vorderde en dat was te zien. Van zijn VOC-stoerheid bleef steeds minder over. Ik kreeg bijna medelijden met hem en vroeg me herhaaldelijk af wat er door hem heen zou gaan. Zou hij denken: Verdorie, ik had tòch het lijsttrekkersschap uit handen moeten geven. Hadden we Wijffels of Leers maar gebeld. Of zou hij vol ongeloof naar de smartboards hebben zitten kijken, zo van: Wat gaan we nou krijgen?! Laten mijn trouwe schaapjes hun rentmeester in de steek, wat is dát voor een verraad…

Ik keek ook naar zijn vrouw Bianca. Met calvinistische gezagsgetrouwheid stond zij haar man terzijde en deelde zijn ongeloof over zoveel ondankbaarheid. Het was een potsierlijke imitatie van George en Barbara Bush die publiekelijk afscheid namen van zijn omstreden presidentsschap. Bianca’s licht loenzende, donkere ogen flitsten nerveus heen en weer, terwijl haar Jan-Peter zijn aftreden aankondigde en zijn CDA-collega’s bedankte. Wat zou zij gedacht hebben? Nu niet volschieten, JP! Of: Hè hè, eindelijk is ie weer van mij. Of: Laat ze allemaal in de stront zakken, schat. Tegen die geblondeerde gek zonder enig fatsoen leg je het altijd af. En die studentikoze praatjesmaker van de VVD is ook niet van onze kerk. Een ongelijke strijd dus.

Eerlijk is eerlijk, hier voltrok zich een koningsdrama. Een man die Nederland, zij het zonder stevige regie, best redelijk door een aantal moeilijke situaties en crises had geloodst, had nu zijn hand overspeeld. Te zeer had hij zich vastgeklampt aan zijn vermeende roeping, te zeer was hij blijven geloven in zijn onmisbaar leiderschap. Hij moet zich gevoeld hebben als Jezus op de berg Golgotha. Verlaten en verraden. Tegen een dergelijke tegenwind viel niet op te fietsen. Niet meer dan een eenzame luchtfietser was er van hem overgebleven.

En dan Rita. In haar paasbeste jurk verscheen ze bij de microfoon van de verslaggever. Als het vlaggenschip van een vergaan flottielje zette ze haar laatste wanhoopsoffensief in. In al die gemeenteraden doen we het goed, dus waarom zouden we vanavond geen zetels krijgen. We gaan gewoon door, maak je geen zorgen! Maar haar vermoeide ogen spraken andere taal. Je zag haar denken: Hoe anders was het nog niet eens zo lang geleden, dat de camera’s en microfoons zich dagelijks aan me opdrongen, in de tijd van Hirsi Ali en mijn strijd met dat jongetje Rutte. Nu moet ik bedelen om gehoord te worden. Wat een stelletje opportunisten zijn het toch, die persmuskieten. Later zag ik nog een shot waarop ze heel alleen in haar mooie jurk een slokje sap nam. Tsja.

Het voelde bijna als een lange oudejaarsavond. Opwinding over wat ons te wachten staat en een tikje weemoed over wat geweest is. Over een halfjaar niet wéér.
Alsjeblieft!

Tagged with:
 
Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes